Huid
Opperhuid
Aanmaak van nieuwe huidcellen worden vanuit de onderste cellaag aangemaakt en verplaatsen zich naar boven in de huid. Wanneer de cellen hoog in de opperhuid komen te liggen gaan ze dood, en vormen een sterk pantser, dat moeilijk doordringbaar is voor ziekteverwekkers en bovendien uitdroging van de huid tegengaat. Deze dode hoornlaag is op sommige delen van de huid extra dik, zoals op de voetzolen en op de handpalmen. Uiteindelijk schilfert de buitenste laag van de epidermis af. Dit is niet erg, aangezien er voortdurend nieuwe lagen door celdeling worden aangemaakt. Gemiddeld wordt de gehele opperhuid elke 30 dagen volledig vervangen.
De lederhuid (dermis)
In de lederhuid bevinden zich bloedvaten (voedsel- en zuurstofvoorziening), lymfevaten (afvoer van afvalstoffen), en zenuwen (tastgevoel, pijngeleiding, temperatuurgevoel). De bloedvoorziening is een zeer ingenieus, verfijnd systeem dat de voorziening van voedingstoffen en zuurstof tot in de verste uithoeken van het lichaam: door verwijding van de bloedvaten kan extra warmte aan de buitenwereld worden afgegeven, door vaatvernauwing kan de afgifte van warmte worden beperkt zodat geen kostbare energie nodeloos verloren gaat.
In de lederhuid bevindt zich ook het belangrijkste deel van het actieve verdedigingssysteem van de huid: via een systeem waarin speciale witte bloedcellen een belangrijke rol spelen kunnen virussen en bacterien worden herkend en gericht onschadelijk gemaakt worden. De lederhuid zorgt ook voor de elasticiteit en trekvastheid van de huid. Wanneer de huid verouderd of beschadigd wordt door zonlicht neemt de elasticiteit en veerkracht af. De lederhuid wordt niet voortdurend vernieuwd, zoals dat bij de opperhuid wel gebeurt.
Het onderhuids bindweefsel
Deze laag scheidt de huid van de spieren en pezen in ons lichaam. Het bestaat vooral uit vet, bindweefselschotten en bloedvaten. Het vet zorgt voor extra isolatie van het lichaam en is tevens een bron van energie in tijden van schaarste.
De dikte van het onderhuidse bindweefsel verschilt van plaats tot plaats. Deze laag is bijzonder dun op het scheenbeen en ook in de huid die over de gewrichten ligt. Op de buik, billen en rug is de dikte van onderhuidse bindweefsellaag echter aanzienlijk. In de huid komen ook de zweetklieren, talgklieren en haren voor.
.jpg)
